| artist | Jacopsz, Ysbrant |
| date_end | 1537-09-24 |
| date_start | 1537-09-24 |
| excerpt_id | 747880 |
| quote | die Kerckm[eeste]rs van valckenburch als willem claes z[oon] Jan claes z[oon] ende cornelis mees z[oon] b[eclaechen] ysbrant Jacops z[oon] glaesmaicker zeggen[de] alzoe ysbrant voors[eyde] voirtyts gemachticht geweest Is vand[en] voorn[oemden] kerckm[eeste]rs of van hoeren voersaten ten welcken tyde dat ysbrant voors[eyde] onder andere gelevert Is van die kerckm[eeste]rs Inder tyt wesen[de] twie verscheyden Renten brieven behoeren[de] die kercke voorn[oemde] die sprekende wae[re]n up Jan harmans z[oon] smit tot catwyck upten Ryn en[de] zyn goeden tsamen bedragende vyftich stuvers tsiaers te weten dertich stuvers erfelick en[de] twintich stuvers losrenten blyckende byde zelfde brieven die ysbrant voors[eyde] zeyt verloe[re]n of v[er]leyt te hebben om welcke questie willen p[er]tyen voors[eyden] omtrent anderhalf Jair geleden [“een” interlineated] scepen ken[n]inge tegens malcander gedongen hebben die ter zelfder tyt die kerckm[eeste]rs by scepenen gewonnen gewesen worde. Van welcke gewesen vonnisse ysbrant voors[eyde] daer nae overcoemste mitten kerckmeeste[re]n Inder tyt wesen[de] gemaect heeft te geven en[de] hemluyd[en] te betalen totter kercke behoef zeven pont groot vlaems. Ende daer voeren cornelis Jacops z[oon] zynen broeder te borch te stellen of een[en] gelycke andere / te weten elftalve karolus guldens gereedt / elftalve karolus guldens tot sinte andries dage daer eerst an comende en[de] noch twie sinte andries dagen daer eerst an comen[de] telcken elftalve karolus guldens. Van tzelfde dat ysbrant voors[eyde] In als gebreken of Is te volbrengen tot der voors[eyden] kercke schade en[de] afterdeele dat daer om ysbrant voors[eyde] schuldich zel wesen den voorn[oemde] kerckm[eeste]rs tot behoef vande zelve kercke volcomelick te voldoen ende te onderhouwen zyn voors[eyde] overcoemst of ten minsten te voldoen nae den Inhouwen van scepen[en] vonnisse tusschen pertyen ten dage voors[eyde] gewesen of thien pont groot daer voer te geven of tot andere zulcke fyne als scepenen duncken zullen die voors[eyden] eysschers oerbaerlicxste te wesen / ende die costen hier om gedaen Protesteren[de] van vorder costen schaden ende Interesten geleden ende te moegen lyden |
| summary | The church officers of Valkenburg, Willem Claesz, Jan Claesz and Cornelis Meesz, sue Ysbrant Jacopsz, glassmaker, for not keeping to the contract, which was made up after an appeal in court, to compensate the church for his loss of two annuity contracts on the name of Jan Harmansz, blacksmith in Katwijk, of the amount of 50 stuvers a year (30 stuvers personal annuity and 20 stuvers losrente). |
| tags | a:3:{s:7:"keyword";a:1:{i:0;s:9:"glazenier";}s:6:"person";a:1:{i:0;s:12:" | glazenier";}s:5:"craft";a:1:{i:0;s:9:"glazenier";}} |
| title_archive | archief Schepenbank (Oud Rechterlijk Archief), nummer toegang 0508. Civiele Rechtspraak: Inv. nos. 42+1 t/m 42+ 28 (Wedboeken) |