• Art in Context
  • Reviews
artist
date_end 1536-02-07
date_start 1536-02-07
excerpt_id 747899
quote Jan pieters z[oon] gem[achtich]t van Jacop bartram apteker b[eclaecht] Jonffrouwe hase wed[uw]e van Jan van bosschuys[en] zaliger memorien ende Jonffr[ou] elysabeth van bosschuys[en] als erfgename van Jan van bosschuys[en] voors[eyden] elcx mit hoer voecht om[m]e betalinge te hebben van vyf goud[en] karolus guldens drie stuvers en[de] drie doeyts ter cause van medecinalia ende anders die Jan van bosschuysen voors[eyde] In zyn ziecten gebesicht heeft mitsgaders die costen hier om[m]e gedaen / angaen[de] Jonffrou elisabeth voirs[eyde] een ken[n]ing / en[de] als angaen[de] Jonfr[ou] hase voirn[oemde] Is geappoi[n]cteert als dat zy voir dese Reyse volstaen zel mits betalen[de] deen helfte vande voors[eyden] penn[ingen] achtervolgen[de] de presentacie gedaen by m[eeste]r pieter Int scaeck Ind[en] name en[de] als gem[achtich]t van der voorn[oemde] Jonffr[ou] hase actum den XIIIJen february
summary Jan Pietersz, representing Jacop Bartram, apothecary, sues Lady Hase, widow of Jan van Bosschuysen, and Lady Elisabeth van Bosschuysen as heir of Jan van Bosschuysen, each with their guardian, to pay 5 gold karolus gulden, 3 stuvers and 3 doeyts, for medication taken by Jan van Bosschuysen during his illness, and costs. On February 14, Lady Elisabeth makes an appeal, and Lady Hase agrees to pay half of the bill.
tags a:3:{s:7:"keyword";a:1:{i:0;s:8:"schilder";}s:6:"person";a:1:{i:0;s:31:"Jan van Bosschuysen | overleden";}s:5:"craft";a:1:{i:0;s:9:"overleden";}}
title_archive archief Schepenbank (Oud Rechterlijk Archief), nummer toegang 0508. Civiele Rechtspraak: Inv. nos. 42+1 t/m 42+ 28 (Wedboeken)