• Art in Context
  • Reviews
artist
date_end 1535-08-13
date_start 1535-08-13
excerpt_id 748935
quote Alydt geryts dochter gem[achtich]t van oudtzier cornelis z[oen] haer man b[eclaecht] foey Jacops z[oen] en[de] willem symons z[oen] boden mitter Roede deser stede Seggen[de] alzoe die voors[eyde] foey en[de] willem tsamen zekere tyt voerleden vanden gerechte van leyden gecoft hebben gehadt die huysinge gelegen Inde nobelstraet upten hoeck van stienschuyer gecomen van oudtsier voors[eyd] welcke coep die voors[eyde] foey en[de] willem In Rechte eygen weder over gegeven hebben oudtzier voorn[oemd] / des zoe zouden foey en[de] willem voors[eyd] elcx hebben voir hoir ave[n]tuer vande voors[eyden] coepe by heml[uyden] gedaen twalef karolus guld[en]s / en[de] daat gene dat zyluyden anden voors[eyden] huyse Reparacie ende anders verleyt hadden / dat zoude staen tot goede doechtelicke Rekening / up welcke condicien en[de] voerwaerd[en] die voors[eyde] foey en[de] willem ontfangen hebben van alydt ofte oudtzier voorn[oemd[ XXXIIIJ karolus guld[ens] [“boven welcken” interlineated] [“en[de] alzoe” stricken out] zyluyden [“boven dien” stricken out] noch behouden willen X karolus guld[ens] [“gecomen” interlineated] van huyshuyer vanden voors[eyden] huyse / ende [“alzoe” interlineated; “dat” stricken out] pertyen alsnoch mit malcander niet gerekent en hebben / Dat daer om die voors[eyden] foey en[de] willem schuldich sullen wezen be hoere beyder eede up gescrifte te stellen tgeen dat zy an Reparacie en[de] anders verleyt hebben / en[de] dat die by scepenen alsdan getaxeert zullen word[en] wat hemluyd[en] Rechtelick van dien gebrect en[de] behoert / tot coste van pertyen / en[de] voirt [“dat zyluyden” stricken out] der voorn[oemden] alydt Inden name zoe sy procedeert te laten volgen die huyshuyer vand[en] voors[eyden] huyse die verschenen Is/ nae blyck vand[en] co[n]tracte en[de] voirwaerden by goede mannen daer van gemaect / of elcx vyftich karolus guldens dair voir / p[er]tyen voors[eyd] an beyden zyluyd[en] navolgen[de] de clachte bekennen [“ex” stricken out] elcx die voorn[oemden] c[on]tracten en[de] voerwaerd[en] te voldoen binnen VIIJe dagen naestcomen[de] actum den XXen augustj
summary Alydt Gerytsdr, representing her husband Oudtzier Cornelisz, sues Foey Jacopsz and Willem Symonsz, city messengers, complaining about a complex deal by which they bought a house on the corner of the Nobel Straat and the Steenschuur and then transferred it to Oudtzier Cornelisz. Each of the defendants was to receive 12 Karolus guldens for participating, plus their costs in house repairs. They had received 34 Karolus guoldens, plus 10 for rent. Alydt demands they provide a written account of the repairs, etc., so that magistrates can determine what more is owed them. On 20 August, both sides agreed to keep to the conditions and contract of the sale.
tags a:3:{s:7:"keyword";a:1:{i:0;s:9:"glazenier";}s:6:"person";a:1:{i:0;s:24:"Foey Jacopsz | glazenier";}s:5:"craft";a:1:{i:0;s:9:"glazenier";}}
title_archive archief Schepenbank (Oud Rechterlijk Archief), nummer toegang 0508. Civiele Rechtspraak: Inv. nos. 42+1 t/m 42+ 28 (Wedboeken)