• Art in Context
  • Reviews
artist
date_end 1537-05-28
date_start 1537-05-28
excerpt_id 749780
quote Meester adriaen mees z[oen] priester dirck mees z[oen] en[de] cornelis mees z[oen] elcx voir hem zelven en[de] voerts Inde name en[de] als voichden van geertruyt cornelis dochter hoer moeders vier weeskinde[re]n die zy gewonnen heeft by andries hugen z[oen] hoer anderde man was saliger gedachten mitten weesm[eeste]r[e]n van leyden als upper voechden vande zelve weeskinde[re]n b[eclagen] matheeus van berendrecht Seggen[de] alzoe matheeus voors[eyd] In februario anno XV C XXXVJ nae gemeen scryven van deysschers voorn[oemd] ofte vande weesm[eeste]r[e]s van hoe[re]n wegen gecoft heeft een [“huys” stricken out] derdendeel van een[en] huyse ende erve gelegen Int noerteynde Daer van een derdendeel hem zelfs toebehoert gerekent tvoors[eyde] geheel huys en[de] erve up vier hondert gouden karolus gul[den] daer van hy betalen zoude marie van berendrecht zyn dochter twie hondert gelycke gouden karolus guldens en[de] die Reste zoe veel deysschers porcie bedragen mochte . zoude hy betalen binnen tsiaers doe eerstcomen[de] Ende alzoe hy onwilllich Is om tzelve te voldoen Seggen daer om[m]e ende concluderen deysschers In der qualyte als voeren Dat matheeus van berendrecht verweerder voorn[oemd] gecondempneert zal wesen hemluyd[en] hoer porcie vande voors[eyden] Reste bedragen[de] LXVJ gouden karolus guldens XIIJ placken en[de] vier pen[n]ing[en] payments ter stont op te leggen en[de] te betalen mitte Rechtelicke costen Protesteren[de] van schade ende Interest geled[en] ende noch te lydene . Upten XIIJen In Junio Is by scepen[en] geappoi[n]cteert dat die verweerder schuldich zel wesen p[er]emptoerlicken tantwoerd[en] en[de] boven zyn c[on]clusie van niet ontfanckelick . te c[on]clude[re]n tot absolucie of te accorde[re]n en[de] te [“c[on]cluderen” stricken out] c[on]senteren Inden eyssch en[de] c[on]clusie vand[en] eysschers . van welcke appoi[n]ctemente die v[er]weerd[er] geappelleert heeft
summary Master Adriaen Meesz, priest, Dirck Meesz, and Cornelis Meesz, each for himself and further in the name and as guardians of the four orphan children of their mother Geertruyt Cornelisdr, whose father was the late Andries Hugenz, her second husband, together with the supervisors of Leiden’s orphanage, sue Matheeus van Berendrecht, who had bought a third-part of a house and lot in the Noorteynde, from them or the supervisors of the orphanage, in February 1536, of which a third-part belongs to them. The whole house was valued at 400 Karolus guldens, of which he was to pay his daughter Marie van Berendrecht 200 Karolus guldens, and the rest was to be paid within the coming year. Van Berendrecht now refuses to pay the remainder, so the plaintiffs demand that he be required to pay their portion, amounting to 66 Karolus guldens 13 placken and 4 penningen, plus costs, damages, and interest. On 13 June, the magistrates ordered the defendant to give an immediate answer and support his argument of not being responsible for this, or else to come to an agreement and consent to the demand.
tags a:3:{s:7:"keyword";a:1:{i:0;s:11:"tinnegieter";}s:6:"person";a:2:{i:0;s:38:"Matheeus van Berendrecht | tinnegieter";i:1;s:26:"Andries Hugenz | overleden";}s:5:"craft";a:2:{i:0;s:11:"tinnegieter";i:1;s:9:"overleden";}}
title_archive archief Schepenbank (Oud Rechterlijk Archief), nummer toegang 0508. Civiele Rechtspraak: Inv. nos. 42+1 t/m 42+ 28 (Wedboeken)