• Art in Context
  • Reviews
artist
date_end 1537-08-13
date_start 1537-08-13
excerpt_id 749788
quote Florys hobben z[oen] gem[achtich]t van mathys engebrechts z[oen] tyn[n]egieter b[eclaecht] Jan Jans z[oen] molenaer buyten die haech poerte om XIJ schell[ingen] groten ter cause van zes sacken Rogge en[de] drie stuv[er]s van oncosten hier om gedaen // wtgestelt VIIJe dagen up zekere bewys vand[en] eysscher actum den XXen augustj // Is gewes[en] nae alle bescheyt scepenen gebleken Indien mathys engebrechtsz[oen] voors[eyd] zweert als Rechte Is dat hy vande voors[eyd] zes sacken Rogge [“ghee” stricken out] niet betaelt en Is noch gheen penn[ingen] daer of vand[en] voorn[oemden] Jan Jansz[oen] [“noch” strickn out] van nyemant anders [“ontfangen en heeft” interllineated] dat hy alsdan blyven zel In syn clachte welcken eedt mathys voors[eyd] willich gestaen heeft om doen die hem byd[en] voors[eyden] Jan[“s” stricken out] Jansz[oen] verdrogen worde actum den XXVIJen augustj
summary Mathys Engebrechtsz, pewtersmith, sues Jan Jansz, miller living outside the Hague Gate, for payment of 12 schellingen for six sacks of rye, plus 3 stuvers for costs. After some delays, the court decided that Mathys Engebrechtsz would win his case if he would take an oath to the truth of his demand, which he did on 27 August.
tags a:3:{s:7:"keyword";a:1:{i:0;s:11:"tinnegieter";}s:6:"person";a:1:{i:0;s:33:"Mathys Engebrechtsz | tinnegieter";}s:5:"craft";a:1:{i:0;s:11:"tinnegieter";}}
title_archive archief Schepenbank (Oud Rechterlijk Archief), nummer toegang 0508. Civiele Rechtspraak: Inv. nos. 42+1 t/m 42+ 28 (Wedboeken)