• Art in Context
  • Reviews
artist
date_end 1547-06-03
date_start 1547-06-03
excerpt_id 752829
quote Cornelis mees z[oen] als gem[achtich]t van pouwels raet van antwerpen b[eclaecht] Jan Jansz[oen] goutsmit Seggen[de] Dat hy schuldich ende gehouden sal Wesen te stellen Jan cornelisz[oen] bottercoper zyn huysvr[ouw]en vader als borge by De leveringe van zeeckere IJ C halve vaten botters goet quatuor troy op de leytsche Wichte of schale tot zeeckere daghe en[de] termyn[en] mits dat pouwels voors[eyd] presenteert hem gereet op te leggen De som[m]e van drie hondert kar[olus] guldens van XL gro[ote]n tstuck leggen[de] tzynen behoof genamptiseert onder cornelis Jansz[oen] cock Waert Inden eenhoorn ende dit al volgen[de] zeeckere comanschape byde voorn[oemden] Jan Jansz[oen] ende pouwels raet Daer van gedaen ende gemaect tot delft opten XXVJen may lestleden Seyt en[de] concludeert daer om[m] Dat Jan Jansz[oen] voors[eyd] Daer Inne ghecondempneert zal wesen of zes hondert karolus gul[dens] payments voors[eyt] Daer voor te geven behouden Juste moderatie van schepenen Protesteren[de] voorts zoe nae Rechte behoort
summary Cornelis Meesz, representing Pouwels Raet van Antwerpen, sues Jan Jansz, goldsmith, demanding that he appoint his father-in-law Jan Cornelisz, butterseller, as bond for the delivery of 200 half-vats of butter at specified weight, on condition that Pouwels deposit 300 Karolus guldens as bond with Cornelis Jansz Cock, innkeeper of the inn “Inden Eenhoorn,” as in their business agreement concluded on 26 May last, in Delft. An alternative was payment of 600 Karolus guldens.
tags a:3:{s:7:"keyword";a:1:{i:0;s:8:"goudsmid";}s:6:"person";a:1:{i:0;s:20:"Jan Jansz | goudsmid";}s:5:"craft";a:1:{i:0;s:8:"goudsmid";}}
title_archive archief Schepenbank (Oud Rechterlijk Archief)