• Art in Context
  • Reviews
artist
date_end 1550-04-21
date_start 1550-04-21
excerpt_id 753077
quote Tusschen die schout van leyden eysscher ter eenre / en[de] Jan Jans z[oen] goutsmit en[de] buttercoper verweerder ter andere zyden beroeren[de] zekere voorcoop van IIJ C stucken botters [“alzoe hy gecoft” interlineated] [“by hem gedaen en[de] buyten des[er] stede doen brengen” stricken out] en[de] In [“een” stricken out] twee tonnen geslagen zoude[“n” stricken out] hebben &c Is gewes[en] Indien De verweerder zweert als Recht Is Dat hy die voors[eyd] butter voer die clock nyet gecoft . noch mitten gheenen (daer hy de zelve butter of gecoft heeft) voer de zelve clocke gheen conventie gemaect en heeft // en[de] oeck de personen dair van hy de voorseyd butter gecoft heeft nyet en kent . Dat hy alsdan vry en[de] quyt zel wesen vanden voors[eyden] eyssche ende anspraicke / ende Indien hy den zelven eedt nyet en doet gelyck voors[eyd] staet Dat alsdan die voorn[oemde] schout blyven zal In zyn clachte . actum den XXJen dach In aprille anno voorseyt
summary On 21 April, the court decided, in the case between the sheriff and chief prosecutor of Leidn on the one hand and Jan Jansz, goldsmith on the other, about the option on 300 pieces of butter in two tuns, that if the defendant makes a sworn statement that he had made no such agreement and does not know the person from whom he bought the butter, he will be absolved from the claim; if he does not make a sworn statement as described, the sheriff and chief prosecutor will win.
tags a:3:{s:7:"keyword";a:1:{i:0;s:8:"goudsmid";}s:6:"person";a:1:{i:0;s:20:"Jan Jansz | goudsmid";}s:5:"craft";a:1:{i:0;s:8:"goudsmid";}}
title_archive archief Schepenbank (Oud Rechterlijk Archief)