• Art in Context
  • Reviews
artist
date_end 1550-11-03
date_start 1550-11-03
excerpt_id 753393
quote Jacop frans z[oen] als gem[achtich]t van adriaen vander boechorst tot noortwyck b[eclaecht] bruyninck claes z[oen] scrienwercker om zes karolus guldens en[de] drie stuvers ter cause van geleent gelt maeckende eyssch van costen / protesteren[de] als boven // Is gewes[en] dat die verweerder comen zal tot zyn[en] eede vander verclaringe actum ut sup[ra] Upten XIJen [“dair” stricken out] January dair an volgen[de] zoe heeft [“hy” stricken out] [“die verweerder” interlineated] willich gestaen om zyn eedt te doen als dat hy die voors[eyde] penn[ingen] InWinnen zal Int Wercken . ende tzelfde presenteert hy Den eysscher te doen tusschen dit en[de] paesschen naestcomen[de] of versteken te wes[en] twelck Jacop fransz[oen] voorn[oemd] [“als” stricken out] gem[achtich]t als voe[re] n geaccepteert heeft // verwonnen by c[on]tinuacie actum den XXIJe In meye a[nn]o voors[ey]t
summary Jacop Fransz, representing Adriaen vander Boechorst at Noortwijk sues Bruyninck Claesz, cabinetmaker, for 6 Karolus guldens 3 stuvers, for borrowed money, plus costs. On 12 January 1551, the defendant took an oath that he would make repayment through work before next Easter, or lose his case. On 22 May, the defendant won his case through the non-appearance of the defendant in court.
tags a:3:{s:7:"keyword";a:1:{i:0;s:13:"schrijnwerker";}s:6:"person";a:1:{i:0;s:32:"Bruyninck Claesz | schrijnwerker";}s:5:"craft";a:1:{i:0;s:13:"schrijnwerker";}}
title_archive archief Schepenbank (Oud Rechterlijk Archief), nummer toegang 0508. Civiele Rechtspraak: Inv. nos. 42+1 t/m 42+ 28 (Wedboeken)