• Art in Context
  • Reviews
artist
date_end 1552-02-08
date_start 1552-02-08
excerpt_id 753685
quote Jacop frans z[oen] als gem[achtich]t van Jeroen Jans z[oen] wantsnyd[er] b[eclaecht] pieter Jansz[oen] glaesmaecker om vyff karolus guld[en]s en[de] XIJ stuvers ter cause van laecken Dat de verweerders huysv[rouw]e z[aliger] g[edachten] tot deysscher gehaelt heeft volgende zyn Register ende Rekenbouck met de costen p[ro]testeren[de] als voeren / Is gewesen Indien de verweerder zweert als recht Is Dat hy van deze schulde nyet geweeten noch dat zyn huysvr[ouw] hem dair van nyet gezeyt en heeft Dat hy alsdan vry en[de] quyt zel wes[en] vanden voors[eyden] eyssche en[de] anspraicke welcken eedt hy willich gestaen heeft om doen die hem byden voorn[oemden] Jeroen Jansz[oen] verdragen worde actum den XVen february anno voors[ey]t
summary Jacop Fransz, representing Jeroen Jansz, tailor, sues Pieter Jansz, glassmaker, for 5 Karolus guldens and 12 stuvers for wool cloth, which the defendant’s late wife got from the plaintiff, according to his account book, plus costs. On 15 February, the court decided that if the defendant made a sworn statement that he was not aware of this debt and that his wife had never said anything about it he would be absolved from the claim. He willingly took the oath, which was accepted by the plaintiff.
tags a:3:{s:7:"keyword";a:1:{i:0;s:9:"glazenier";}s:6:"person";a:1:{i:0;s:24:"Pieter Jansz | glazenier";}s:5:"craft";a:1:{i:0;s:9:"glazenier";}}
title_archive archief Schepenbank (Oud Rechterlijk Archief)