• Art in Context
  • Reviews
artist
date_end 1548-02-03
date_start 1548-02-03
excerpt_id 765748
quote Cornelis mees z[oen] gem[achtich]t vande schaftm[eeste]rs vande Retoryckelicke collegie der camere genaemt liefde es tfondament Wezen[de] Witte acoleyckens . becl[aech]t pieter geryts z[oen] glaesscryver hem nomende keyser en[de] Jacop frans z[oen] wezen[de] factoer vande Retoryckelicke collegye der camere genaemt de genoocht Ist al . wezende pencekens hemluyd[en] anseggen[de] Dat zy uuyt hoer eygen v[er]te auctoriteyt en[de] sonder expresse co[m]missie van hoere mede broeders hem gevonden hebben gehadt Inden voorleden zomer binnen der stede van dordrecht Inde cumvocacie der Retorisynen aldaer bescreven all waer de voors[eyden] wit acoleykens oock gecompareert waren om Jolyt te maecken ter eeren van Retorica en[de] der stede van leyden te bewaren . Dan die voors[eyde] verweerders hebben Jegens hem eysschers wel onbetamelick zeeckere questie gemoveert gehadt . Daer Jegens deysschers ter contrarie sustineerden Welcke questie gehoert en[de] nae de zelve an eenige goede eerbare en[de] verstandige mannen gekeert en[de] gesubmitteert was . hebben De zelve mannen verclaert als dat p[er]tyen tot leyden elcx een[en] van myn[en] heeren uuyten gerechte deser stede en[de] daer toe noch een[en] ande[re]n verstandigen man eligeren en[de] voer heml[uyden] hoe[re]n questie doen horen ende by heml[uyden] laten Wyde[re]n en[de] decideren zoud[en] . al breder blyckende byder acte van dien Daer van zyn[de] / Ende hoe wel de verweerders wel schul[dich] waren volgen[de] dien hem te Reguleren om te v[er]hoeden aller vorder en[de] toecomen[de] questien Die [“d” stricken out] tusschen De voors[eyde] Retorickelick collegien Daer uuyt en[de] ter causen van dien zouden moegen spruyten . zyn nochtans die verweerders daer van In gebreecke niet Jegenstaen[de] wat versouck by deysschers ter cause van dien anden verweerders gedaen Is geweest Seyt en[de] c[on]cludeert daer om[m]e cornelis mees z[oen] voors[eyd] als voeren Dat die voors[eyden] verweerders gecondempneert sullen hoere te Reguleren naed[en] voors[eyde] verclaringe mits dat deysschers presenteren van gelycken te doen . en[de] tselve gehouden sullen zyn te volcomen binnen VIIJe dagen naer p[ro]nu[n]ciacie der sentencie van des[en] of by gebreke van dien elcx der voors[eyden] verweerders vier pondt vlaems Daer voer te geven behouden Juste moderatie van scepen[en] maeckende eyssch van costen geleden en[de] te lydene Protesteren[de] als voeren /
summary Cornelis Meesz, representing the officers of the rhetoricians’ chamber named “Liefde es tFondament” or “Witte Acoleyckens”, sues Pieter Gerytsz, stained-glass painter, calling himself “Keiser,” and Jacop Fransz, factor of the rhetoricians’ chamber called “De Genoocht Ist Al”, or “Pencekens”, stating that on their own, without authority from their members, they appeared last summer at the convocation of rhetoricians in Dordrecht in honor of Retorica and to defend the reputation of Leiden, where they had an inappropriate dispute with the plaintiffs, which was submitted to the decision of some good, honorable, and wise men, who decided that the parties in Leiden should each choose someone from the court and one other wise man to hear the dispute and reach a dcision, as documented. The plaintiffs state that the defendants have not held to that decision and should be required to do that, as would they, within 8 days after the proclamation of this court’s decision, or each to pay £ 4, plus costs.
tags a:3:{s:7:"keyword";a:2:{i:0;s:9:"glazenier";i:1;s:10:"rederijker";}s:6:"person";a:1:{i:0;s:26:"Pieter Gerytsz | glazenier";}s:5:"craft";a:1:{i:0;s:9:"glazenier";}}
title_archive archief Schepenbank (Oud Rechterlijk Archief), nummer toegang 0508. Civiele Rechtspraak: Inv. nos. 42+1 t/m 42+ 28 (Wedboeken)