• Art in Context
  • Reviews
artist
date_end 1548-02-06
date_start 1548-02-06
excerpt_id 765751
quote Jacop fransz[oen] als gem[achtich]t van geryt pelgrums zoen coop[er]slager en[de] aelbrecht Jans z[oen] tynneghieter b[eclaecht] claes cornelis z[oen] van bancken als man ende voicht van alyt geryts dochter zyn huysvr[ouw]e . zeggen[de] hoe dat warachtich Is . als Dat deysschers vande ged[aechd]e een huys en[de] erve gehuyert hebben achtervolgen[de] twie cedullen dair van zynde . Daer Inne gementioneert staet als dat de ged[aechd]e tselve huys zall houden In Reparatie als dat behoort / Tis nu sulcx Dat deysschers voors[eyd] . tvoorn[oemde] huys verscheyden personen weder verhuyert hebben . Die uuytgegeven ende verleyt hebben vier karolus gul[dens] drie stuvers en[de] IIIJ penn[ingen] payments van Reparatie die zyluyden hebben laeten doen . Die Int voorseyde huys van noode was Duer de neggligentie vande ged[aechd]e Welcke penn[ingen] Die huerluyd[en] deysschers weder gecort en[de] ande huyer off geslagen hebben / Seyt en[de] c[on]cludeert daer om[m]e Jacop fransz[oen] voors[eyd] Inden name als boven Dat de ged[aechd]e by scepen[en] vonnisse gec[on]dempneert sal zyn / hem eysschers alsulcke penn[ingen] weder te geven ofte [“die” stricken out] ten minsten die te corten en[de] off te slaen vande penn[ingen] Die deysschers den ged[aechd]e geven moeten ter cause vande huyshuyer voors[eyd] . ofte by gebreke vandien een pondt groot Daer voer te geven behouden Juste moderatie van schepenen maecken[de] eysch van costen Protesteren[de] als voeren // Is gewes[en] nae alle bescheyt scepenen gebleken als dat deysscher blyven zal In zyn clachte actum den XVIJen february a[nn]o voors[ey]t // upten IIIJen octobris dair an volgen[de] zoe hebben scepen[en] . upte moderatie byd[en] eysscher Inden name zoe hy p[ro]cedeert an heml[uyden] versocht [“verclaert” interlineated] als dat die verweerder Den voors[eyden] eysscher betalen zel Die som[m]e van vier karolus guldens van XL gro[ote]n tstuck
summary Jacop Fransz, representing Geryt Pelgrumsz, coppersmith, and Aelbrecht Jansz, pewtersmith, sues Claes Cornelisz van Bancken as husband and guardian of Alyt Gerytsdr, stating that the plaintiffs had rented a house from the defendant, on condition it be kept in good repair. The plaintiffs had sublet the house to tenants who had needed to make repairs amounting to 4 Karolus guldens 3 stuvers and 4 penningen, because of the defendant’s negligence. The subletters had deducted that amount from their rent. The plaintiffs demand reimbursement, plus costs. On 17 February, the court found in favor of the plaintiff. On 4 October, the court ordered the defendant to pay the plaintiff 4 Karolus guldens.
tags a:3:{s:7:"keyword";a:2:{i:0;s:11:"koperslager";i:1;s:11:"tinnegieter";}s:6:"person";a:2:{i:0;s:29:"Geryt Pelgrumsz | koperslager";i:1;s:29:"Aelbrecht Jansz | tinnegieter";}s:5:"craft";a:2:{i:0;s:11:"koperslager";i:1;s:11:"tinnegieter";}}
title_archive archief Schepenbank (Oud Rechterlijk Archief), nummer toegang 0508. Civiele Rechtspraak: Inv. nos. 42+1 t/m 42+ 28 (Wedboeken)