• Art in Context
  • Reviews
artist
date_end 1541-05-16
date_start 1541-05-16
excerpt_id 751944
quote Pieter huygen z[oen] tinneghieter b[eclaecht] adriaen van sonnevelt Seggende dat upten XIIJen augustj laestleden. ten huyse vanden voers[eyden] pieter Inde coste gecomen Is een[en] pieter van atrecht om[m]e te leeren tambocht van tinneghieten ende was die zelve pieter van atrecht byden voorn[oemden] adriaen van sonnevelt ten huyse vanden voers[eyden] pieter beseeedt Inde cost om[m]e tvoors[eyden] ambocht te lee[re]n den tyt van twie Jaeren achter een volgen[de] / Ingaende den voors[eyd] XIIJen augustj / des Jaers om[m]e XIX gouden karolus guld[en]s . ende zoe die zelve van sonnevelt Inde plaets vand[en] voors[eyde] pieter van atrecht / zyn zoon besteedt hadde tot atrecht om[m]e aldaer te [“h” stricken out] leeren die Walsche tale . zoe was Int annemen vand[en] voors[eyde] pieter van atrecht voersproecken en[de] bevoerwaert onder meer voer waerden dat Indien die zoone vand[en] voorn[oemden] van sonnevelt off die voors[eyde] pieter van atrecht eenich van beyden v[er]liepe[n] buyten consent van zyn ouders datmen soud[en] Rekenen nae beloep des tyts T schynt nu dat die zoone vand[en] voorn[oemden] van sonnevelt verloepen Is. vande plecke daer hy tatrecht wonachtich Is. sonder nochtans dat pieter huygen z[oen] voors tzelve Int seker weet Soe dat die voors[eyde] van sonnevelt den voorn[oemden] pieter huygen z[oen] den tyt vand[en] voers[eyde] pieter van atrecht upgeseyt heeft den XXVIJen marty laestleden / en[de] hoe wel die zelve van sonnevelt wel schuldich ware den voors[eyden] pieter huygen z[oen] te voldoen nae advenandt vand[en] voers[eyden] anneminghe gevallen tusschen den voors[eyden] XIIJen augusty en[de] XXVIJen marty beloepen[de] In som[m]a XJ karolus gul[dens] XV st[uvers] ende meer . Is nochtans om[m] dies te doen onwillich en[de] In gebreke . Waer om[m]e die voors[eyde] pieter huygen zoen Seyt ende concludeert dat by sentencie van u myn heeren die voors[eyde] van sonnevelt gecondempneert zall wesen hem te voldoen van die som[m]a elff gouden karolus guldens van XL gro[ote]n tstuck . XV stuvers . gevallen ende verschenen Inden voors[eyden] tyt vand[en] XIIJen augustj tot den XXVIJen marty voors[eyd] . mits hier en boven te betalen die costen van desen . Daer toe concluderen[de] ende zeyt dt tselve hem toegewyst zal worden of tot andere alzulke fyne en[de] conclutie als vuyt deductie van desen bevonden zall worden van Rechts wegen to behoe[re]n Protesteren[de] voerts zoe nae Recht behoert
summary Pieter Huygenz, pewtersmith, sues Adriaen van Sonnevelt, claiming that on last 13 August, Pieter van Atrecht came to live in Pieter Huygenz’s for two years to learn the craft of pewtersmithing at a charge of 19 gold Karolus guldens, through an arrangement by which Adriaen van Sonnevelt’s son went to live in Atrecht (Arras) to learn French. If either child left the training without parental permission, then charges would be calculated according to the time spent. Van Sonnevelt’s son had left his place in Atrecht, leaving the defendant owing 11 Karolus guldens 15 stuvers, for which the plaintiff requests a court order for payment of that amount, plus costs.
tags a:3:{s:7:"keyword";a:1:{i:0;s:11:"tinnegieter";}s:6:"person";a:1:{i:0;s:28:"Pieter Huygenz | tinnegieter";}s:5:"craft";a:1:{i:0;s:11:"tinnegieter";}}
title_archive archief Schepenbank (Oud Rechterlijk Archief)