| artist | |
| date_end | 1544-02-08 |
| date_start | 1544-02-08 |
| excerpt_id | 752334 |
| quote | Upten XXen february anno XLIIIJ voors[eyd] zoe heeft cornelis Jansz[oen] voorn[oemd] gestelt ten eede vande voors[eyden] mater Indien [“zy” interlineated] zweert als Recht Is . dat cornelis Jansz[oen] voorn[oemd] ) nae dat hy de zelve webben ontfangen hadde ) nyet gecomen en Is by de voors[eyde] mater ) haer te kennen geven[de] . dat alle die webbe te smal waeren en[de] haere breete nyet en hadden zoe alsse behoerden te hebben / ende Dat die voors[eyde] mater . daer up tot hem nyet en seyde dat hy zyn oerbaer daer mede zoude doen / ende zoe wat schade hy daer deur hadde. dat zy hem de zelve schade zoude beteren / en[de] den zelven eedt doen[de] . Is alsdan die voors[eyd] cornelis Jansz[oen] te vreden de mater voorn[oemd]. vanden voors[eyden] eyssche te absolve[re]n en[de] haer daer van quyt te laeten / Welcken eedt die procuratricx vanden voors[eyde] convente . van wegen de mater voorseyt geaccepteert heeft / uuyt geseyt van een webbe [“twelck” stricken out] [“dat” interlineated] te smal was twelck den voorn[oemden] cornelis Jans z[oen] gepresenteert Is. ende alsnoch gepresenteert wordt [“te beteren” stricken out] de schade van dien te beteren / Upten Ven dach In maerte dair an volgen[de] zoe [“hebben” stricken out] [“heeft” interlineated] z zeger huygen z[oen] als substituyt vand[en] schout mit Jacop cornelisz[oen] gorter en[de] florys van oy als scepen[en] des[er] stede geweest Inden voors[eyden] convente van schagen / aldair die mater vand[en] voorn[oemden] convente ter presentie vanden voors[eyden] cornelis Jansz[oen] by haer professie geaffirmeert en[de] verclaert heeft / tgeen dat tot hae[re]n eede hier voeren byden voorn[oemden] cornelis Jansz[oen] gestelt Is / zulcx nyet geschiet en Is |
| summary | On 20 February 1544, the aforementioned Cornelis Jansz demanded a sworn statement from the aforesaid Mother Superior, as to whether or not she had said he could recover damages from her because the weaving frames were too small. The woman who was the convent’s procurator accepted this demand, except for one particular frame that was acknowledged to be too small. On 5 March Leiden’s substitute chief prosecutor and two magistrates, Jacop Cornelisz, Gorter and Florys van Oy, visited the convent of Scagen with Cornelis Jansz, where the Mother Superior affirmed “by her profession” (a form of oath) that things had not occurred as Cornelis Jansz had represented them. |
| tags | a:3:{s:7:"keyword";a:2:{i:0;s:8:"goudsmid";i:1;s:17:"kerk (instelling)";}s:6:"person";a:1:{i:0;s:25:"Cornelis Jansz | goudsmid";}s:5:"craft";a:1:{i:0;s:8:"goudsmid";}} |
| title_archive | archief Schepenbank (Oud Rechterlijk Archief) |