• Art in Context
  • Reviews
artist
date_end 1546-10-04
date_start 1546-10-04
excerpt_id 752596
quote Florys hobben z[oen] gem[achtich]t van Joest Jacops z[oen] wantsnyder b[eclaecht] over die besette penn[ingen] Rustende onder Jacop Jansz[oen] goutsmit toe behoeren[de] Willem Willemsz[oen] van bergen up soem alias schaep . om die som[m]e van XIIJ pondt thien schellingen gro[ote]n vlaems ende negen groot van costen hier om gedaen en[de] noch gedaen zel worden // Deze Weet heeft angenome[n] florys hobben z[oen] voors[eyd] tot behoef van zyn voorn[oemden] meester om drie karolus gul[dens] van XL gro[ote]n tstuck // upten Jen marty anno XLVIJ zoe heeft Joost Jacops z[oen] voors[eyd] voir scepen[en] als Jonge dirck Jansz[oen] en[de] geryt aelbr[echts] z[oen] . Deze Weet over gegeven Jan adriaensz[oen] den taling De Welcke de zelve Weet geaccepteert en[de] angenomen heeft te doen
summary Florys Hobbenz, representing Joest Jansz, tailor, lays claim to the sequestered funds in the possession of Jacop Jansz, goldsmith, belonging to Willem Willemsz alias Schaep, from Bergen op Zoom, for £ 13/10/-, plus 9 groot for current and future costs. On 1 March 1547, the plaintiff, coming before two magistrates, appointed Jan Adriaensz den Taling as messenger to convey the official notice to the defendant.
tags a:3:{s:7:"keyword";a:1:{i:0;s:8:"goudsmid";}s:6:"person";a:1:{i:0;s:22:"Jacop Jansz | goudsmid";}s:5:"craft";a:1:{i:0;s:8:"goudsmid";}}
title_archive archief Schepenbank (Oud Rechterlijk Archief)