| artist | |
| date_end | 1547-05-27 |
| date_start | 1547-05-27 |
| excerpt_id | 752835 |
| quote | Jacop fransz[oen] als gem[achtich]t vande kuerm[eeste]rs van Die tynneghieters ghilde binnen der stede van amsterdamme b[eclaecht] dirck korstants z[oen] tynneghieter Seggen[de] Dat hy by schepenen vonnisse gecondempneert zal zyn om[m]e binnen XXIIIJ uren nader pronu[n]ciatie van deser senten[cie] hem als gem[achtich]t te leveren ofte te laten volgen alsulck thinnewerck als hy verweerder binnen der stede van amsterdam van een[en] symon everts z[oen] poorter der voors[eyden] stede geroyelt ende ontfangen heeft . Waer duer dirck kerstantz[oen] voors[eyd] De voorn[oemde] symon everyts z[oen] alhier voorde vierschaere gedaecht ende beclaecht heeft Seggen[de] als dat hy Int leveren en[de] ontfangen van tvoors[eyden] thin bedroghen was twelck De kuerm[eeste]rs voors[eyd] vernomen hebben . Waer duer zyluyd[en] ondersoeck op symon everts z[oen] gedaen hebben / ende en hebben hem anders tot op deze dach niet connen bevinden Dan dat hy hem wel en[de] eerlicken gedragen heeft Seydt en[de] concludeert daer om[m]e Jacop franss[enzoen] voors[eyd] sal leve[re]n In zyn[en] handen tzelve thinnewerck . Dat hy zeyt dat quaet thin Is om[m]e tselve byden voors[eyden] kuerm[eeste]rs geprobeert ende gekuert te worden / en[de] haer daer Inne te versien nae gelegentheyt vander zaecke achtervolgen[de] haerluyder ghilde brieff . alzoe zymon voors[eyd] haer Ingeseten poorter Is . ende Jacop frans z[oen] voors[eyd] zal Weder In des v[er]weerders handen doen brengen zoe zwaer van gewichte goet en[de] fyn thin / als tzelve thin weecht Dat dirck voors[eyd] van symon voorn[oemd] noch heeft / wel verstaen[de] Dat dirck kerstantsz[oen] voors[eyd] zyn actie Die hy sustineert an symon everts zoen voorn[oemd] ten achteren te wesen zal moegen Intenteren ende verhalen an symon voors[eyd] / ofte In cas van Weygeringe XXV karolus guldens Daer voer te geven behouden Juste moderatie van schepenen maecken[de] eysch van costen Protesteren[de] als boven / boven getoegen up woensdage naestcomen[de] actum den Xen Juny anno voors[ey]t |
| summary | Jacop Fransz, representing the assay masters of the pewtersmiths’ guild in Amsterdam, sues Dirck Kostantsz, pewtersmith, demanding that he deliver to them pewter that he had received from Symon Evertsz in Amsterdam (about which he had started legal proceedings claiming to have been defrauded), so that they could assay it, noting that their fellow townsman had never previously been found to have dealt dishonestly, or else demanding payment of 25 Karolus guldens, plus costs. On 10 June, the case was assigned to the court session the next Wednesday. |
| tags | a:3:{s:7:"keyword";a:2:{i:0;s:11:"tinnegieter";i:1;s:5:"gilde";}s:6:"person";a:2:{i:0;s:30:"Dirck Korstantsz | tinnegieter";i:1;s:27:"Symon Evertsz | tinnegieter";}s:5:"craft";a:2:{i:0;s:11:"tinnegieter";i:1;s:11:"tinnegieter";}} |
| title_archive | archief Schepenbank (Oud Rechterlijk Archief) |