• Art in Context
  • Reviews
artist
date_end 1549-08-05
date_start 1549-08-05
excerpt_id 752915
quote Jacop frans z[oen] als gem[achtich]t van thyman lambrechtsz[oen] b[eclaecht] Jan Jansz[oen] goutsmit om XVIIJ stuv[er]s als de reste van meerder som[m]e ter cause van varkens Resell hem tsynen wille gelevert maeckende eyssch van costen Protesteren[de] als voe[re]n // [“Die v david egbertsz[oen] als gem[achtich]t vanden verweerder bekent XIJ stuv[er]s welck bekenesse Jacop fransz[oen] voors[eyd] gem[achtich]t als voeren ge” stricken out] Den eysscher heeft Den eyssch gestelt In deelinge van eede en[de] David egbertsz[oen] gem[achtich]t vand[en] verweerd[er] heeft tzelfde geaccepteert als dat hy zoe veel hyet schuldich en Is actum den XVJen augustj anno voors[ey]t // upten XXXen augustj dair an volgende zoe heeft de v[er]weerder willich gestaen zyn eedt te doen nyet meer schuldich te wes[en] dan XIJ stuv[er]s Welcke eedt hem byden verweerder verdragen worde
summary Jaccop Fransz, representing Thyman Lambrechtsz, sues Jan Jansz, goldsmith, for 18 stuvers as the remainder of a large sum for pork, plus costs. On 30 August, the defendant swore he owed no more than 12 stuvers; this was accepted by the plaintiff.
tags a:3:{s:7:"keyword";a:1:{i:0;s:8:"goudsmid";}s:6:"person";a:1:{i:0;s:20:"Jan Jansz | goudsmid";}s:5:"craft";a:1:{i:0;s:8:"goudsmid";}}
title_archive archief Schepenbank (Oud Rechterlijk Archief)