• Art in Context
  • Reviews
artist
date_end 1552-01-11
date_start 1552-01-11
excerpt_id 753650
quote Idem gem[achtich]t vanden zelven [= Costus Jacopsz[oen] als gem[achtich]t van Jan aelwyn meessenz[oen]] heeft zyn willige pande up gedragen an een[en] mans zwerten tabbaert een mans assack en[de] een houten scheetgen mit silver beslagen toecomen[de] eenen Witte Wessels z[oen[ voerde som[m]e van vier karolus gul[dens] ter cause van vertheerde costen mette costen hier om gedaen // te goede geschoud[en] den XJen January a[nn]o LIJ / upten eersten february dair an volgen[de] zoe Is den voorn[oemden] Witte Wesselsz[oen] hier van een Rechtelicke weet besteedt beroeren[de] deze updrachte / Die Jan aelwynsz[oen] voors[eyd] hem angenomen heeft te doen om zes stuvers
summary Idem [= Costus Jacopsz], representing Jan Aelwyn Meessenz, forecloses on his lien on a man’s black tabbard, a man’s cassock, a wooden knifesheath with silver fittings, belonging to Witte Wesselsz, for 4 Karolus guldens for food and drink consumed, plus costs. On 11 January 1552, the case was resolved; on 1 February, Jan Aelwynsz agreed to convey the official notice to the defendant.
tags a:1:{s:7:"keyword";a:1:{i:0;s:6:"zilver";}}
title_archive archief Schepenbank (Oud Rechterlijk Archief)