| artist | |
| date_end | 1554-12-03 |
| date_start | 1554-12-03 |
| excerpt_id | 765203 |
| quote | Jacop frans z[oen] gem[achtich]t van adriaen pieters z[oen] en[de] pouwels Willems z[oen] als testamentoers van oude pieter vrancken z[oen] b[eclaecht] nyclaes van berendr[echt] schout dezer stede om[m]e Rekeninge en[de] betaelinge te hebben van alzulcke goederen huys huysraet hout turff tacken ende anders zulcx als die voors[eyde] schout vercoft heeft / Daer van De penn[ingen] by hem eensdeels ontfangen zyn / Die oude pieter vrancken z[oen] voors[eyd] mitter doot gheruympt ende after gelaten heeft binnen Des[er] stede van leyden / mits dat deysschers presenteren den voors[eyden] schout mede Rekeninge te doen van hoirluyder ontfang en[de] uuytgeven van als salvo Dat den voors[eyden] schout behouden zal In zyn[en] handen tgerecht zevende paert van dye voors[eyde] goeden mits daer van passeren[de] behoorl[icke] quytan[tie] tot discretie van schepen[en] volgen[de] zyne belofteniss[e] begrepen In zeeckere zyne clachte In date den eersten Juny nu voerleden Concluderen daer om[m]e Die voorn[oemden] eysschers Inde qualyte als voeren Dat de ged[aechd]e by vonnisse van uwe myn heeren schepenen gecondempneert zal Werd[en] hemluyd[en] te doen behoerlicke Rekenin[ge] en[de] betalinge als voeren / of twee duysent karolus guld[ens] daer voeren te geven behouden Juste moderatie van schepen[en] protesteren[de] van costen schaden ende Intresten gedaen en[de] noch te doen hangende Des[er] processe // gec[on]tinueert by scepen[en] tot den eersten [“recht” interlineated] dach nae kersmisse toecomen[de] actum als voe[re]n // Die schout voors[eyd] heeft geallegeert Dat tgunt hy gedaen heeft tzelfde gedaen heeft Inden name en[de] van wegen de ke[yserlijke] . m[ajestei]t . Dat hy dair om[m]e alhier nyet Justiciabel en Is mer [“deysschers” interlineated] [“hem” stricken out] schuldich zullen Wes[en] [“hem” interlineated] te roupen voir zyn competente Rechter alwair dat hy hem antwoerden zal . en[de] hebben scepen[en] de zaicke Weder gec[on]tinueert huyd[en] achte dagen actum den XXIXen January anno voors[ey]t |
| summary | Jacop Fransz, representing Adriaen Pietersz and Pouwels Willemsz, as executors of the estate of the late Old Pieter Vranckenz, sues Nyclaes van Berendrecht, sheriff and chief prosecutor of Leiden, demanding payment for various goods sold out of the estate by the defendant, the plaintiffs offering to present their accounts to the defendant. The plaintiffs would accept as an alternative payment of 2000 Karolus guldens; they also demand remuneration for costs. On 29 January, Nyclaes van Berendrecht asserted that his actions were done in his official position as representative of the emperor and that he should therefore be charged before a competent judge, where he would provide a response. The magistrates postponed the case 8 days. |
| tags | a:3:{s:7:"keyword";a:1:{i:0;s:13:"schrijnwerker";}s:6:"person";a:2:{i:0;s:32:"Pouwels Willemsz | schrijnwerker";i:1;s:33:"Oude Pieter Vranckenz | overleden";}s:5:"craft";a:2:{i:0;s:13:"schrijnwerker";i:1;s:9:"overleden";}} |
| title_archive | archief Schepenbank (Oud Rechterlijk Archief), nummer toegang 0508. Civiele Rechtspraak: Inv. nos. 42+1 t/m 42+ 28 (Wedboeken) |