• Art in Context
  • Reviews
artist
date_end 1548-06-22
date_start 1548-06-22
excerpt_id 765635
quote Costus Jacops z[oon] als gem[achtich]t van Jan van berendrecht voer hem zelven en[de] als man ende voicht van zyn huysvr[ouw]e . becl[aech]t volcgen willems dochter Seggende hoe dattet Warachtich Is dat de verweerster op heylich sacraments dach laetstleden gecomen Is ten huyse van Jonffrou aechte van bosschuysen haerluyder moeder al waer zyluyden zekere worden gehadt hebben Roeren[de] zekere tynnewerck dat Jonffr[ouwe] aechte voorn[oemt] zeyde verloeren te hebben / Waer op de verweerster geantwoordt heeft Seggen[de] heb dy eenich tyn[n]eWerck verloeren Daer en dorfdy my niet vraegen maer gaet tot Jan van Berendrecht u zwager wyens huysvr[ouw] daer sit / De welcke zyn tinnewerck tot buylen ende blutsen geslaegen heeft ende dat uwe metten zynen verruylt heeft / Ende alzoe dit een zaecke is van grooter Infamien ende InJurien . die deysschers niet en staet te lydene alzoe syluyden des noyt befaempt en zyn geweest of zulcx [“noyt” stricken out] noodt en hebben te doene gehadt / noch zulcx gedocht te doene Seyt hier hier om[m]e deysscher Inden naem als vooren en[de] c[on]cludeert mits desen Dat de verweerster gecondempneert sal zyn den eysscher alsulcx te beteren / zoe syluyd[en] . luyden van eeren zyn / met openbaer wederroepinge voerden vollen gerechte dezer stede / mits noch geven[de] Inde drie prochie kercken twie wassen toertsen tstuck van twee ponden wegen[de] . ende hondert karolus guldens om de zelve te Imployeren Daert deysschers mit den gerechte oirbaerlicks duncken zal wesen / of zulcx als tgerechte bevinden sal nae gelegentheyt vander zaecke nae Rechte te behoeren behoudelick altyt Juste moderatie van scepen[en] Protesteren[de] van costen zoe nae Recht behoort // boven getoegen up dynsdage naestcomen[de] byden burgerm[eeste]r[e]n actum als voeren // Weder boven getoegen by scepen[en] up dynsdage naestcomen[de] In VIIJe dagen byden burgerm[eeste]r[e]n actum den XJen septembr[is] anno voors[ey]t
summary Costus Jacopsz, representing Jan van Berendrecht, for himself, and as husband and guardian of his wife, sues Volcgen Willemsdr, because, on last Sacraments Day, the defendant came to their mother Lady Aechte van Bosschuysen’s house and had an argument about some pewter that Aechte had declared lost, to which the defendant replied that “did you lose this pewter ? don’t you dare ask me about it, go to Jan van Berendrecht, whose wife is there, who smashed his pewter and exchanged yours for his.” This case is of great infamy and injury, which the defendant do not accept because they have never been accused of anything. The plaintiff demands that the defendant make up for it, with a public declaration before the court, and donate 2 wax candles in each of the 3 parish churches, and 100 karolus guldens, plus costs. On September 11, the case is postponed to the next Tuesday plus 8 days.
tags a:1:{s:7:"keyword";a:1:{i:0;s:9:"tinnewerk";}}
title_archive archief Schepenbank (Oud Rechterlijk Archief), nummer toegang 0508. Civiele Rechtspraak: Inv. nos. 42+1 t/m 42+ 28 (Wedboeken)