• Art in Context
  • Reviews
artist
date_end 1538-09-27
date_start 1538-09-27
excerpt_id 766476
quote florys hobben z[oon] gem[achtich]t van die erfgenamen van lysbet cornelis engebrechts z[oon]s wed[uw]e b[eclaecht] michiel Jans z[oon]. en[de] zeyt dat alsoe michiel Jans z[oon] voors[eyde] vand[en] erfgenamen voorn[oemden] gecoft heeft een brief van achte Rinsche guld[en] tsiaers losrenten staende op drie morgen lants ende up een Woning Inde weypoert dat daer om michiel Jans z[oon] voors[eyde] gecondempneert zal wes[en] die coepe van dien te houden of hondert XXVIIJ karolus guld[en] en[de] die costen hier om gedaen daer voer te geven // [“defg” stricken out] derfgenam[en] voors[eyden] hebben gestelt In deelinge van eede als dat Inde coepe bevoirwaert Is dat zyluyden mit hem vyfven alleen borch voerde zelve Renten zouden wezen en[de] die Waeren actum den IIIJen octobr[is]
summary Florys Hobbenz, representing the heirs of Lysbet, widow of Cornelis Engebrechtsz, sues Michiel Jansz, claiming that Michiel Jansz had bought from the heirs an annuity contract of 8 rijnsgulden each year on a piece of land and a house in Weijpoort, and demanding Michiel to keep to the acquisition, or pay 128 karolus gulden, and costs. On October 4, the five heirs make a sworn statement that they are jointly bonds for the annuity.
tags a:3:{s:7:"keyword";a:1:{i:0;s:8:"schilder";}s:6:"person";a:1:{i:0;s:18:"Lysbet | overleden";}s:5:"craft";a:1:{i:0;s:9:"overleden";}}
title_archive